Genieten van cultuur

Schilderachtige dorpen, bastides en steden vol kunst en geschiedenis

Er zijn talloze pittoreske middeleeuwse stadjes en dorpjes te vinden in de Périgord, zoals Montferrand du Périgord, Issigeac en St Geniès, die bekend staan om hun schoonheid en authenticiteit. Dankzij de Aveyron is de Dordogne het departement dat het grootste aantal dorpen telt met het predicaat ‘Les Plus Beaux Villages de France’! Het is leuk om door de pittoreske straatjes en steegjes van deze tien ‘mooiste dorpen van Frankrijk’ te dwalen en te genieten van de prachtige architectuur. Dit zijn Saint-Jean-de-Côle, Saint-Léon-sur-Vézère en Limeuil, waar de Vézère en de Dordogne samenvloeien, Beynac, La Roque-Gageac aan de voet van een steile helling aan de rechteroever van de Dordogne, het door de Franse koning gebouwde vestingstadje Domme, Belvès met zijn zeven kerktorens, het door de Engelsen gebouwde vestingstadje Monpazier en sinds kort ook het dorpje Saint-Amand-de-Coly.

Wat de grote steden betreft dragen Périgueux, Bergerac en Sarlat het label ‘Ville d’Art et d’Histoire’, met een historisch beschermd centrum dat zich bij uitstek leent voor een stadswandeling.

Sarlat ontstond in de middeleeuwen, rondom een Benedictijnse abdij van Carolingiaanse oorsprong. De meeste gebouwen met renaissancistische gevels en unieke stenen dakpannen of lauzes zijn nu gerestaureerd en staan op de lijst beschermde monumenten. Hieronder valt o.a. het Maison de la Boétie.In deze fraaie middeleeuwse omgeving zorgt de markt op zaterdag voor bedrijvigheid en sfeer en geniet u van plaatselijke producten en gerechten. De oude parochiekerk in Zuid-Franse stijl, waar nu de overdekte markt wordt gehouden, werd gerestaureerd door de architect Jean Nouvel, die ook het Gallo-Romeinse museum Vesunna ontwierp.


Bergerac in de Dordogne, het centrum van de Perigord Pourpre, en tot 1790 de hoofdstad van de Perigord. Tijdens de Honderdjarige Oorlog was Bergerac een waar hugenotenbolwerk. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 vluchtten vele hugenoten naar met name Nederland. Het was een echte handelsstad. Het vrachtverkeer over de Dordogne voor export maakte de stad voornaam, totdat het vervoer over het spoor en de weg in ontwikkeling kwam. Ook de wijncultuur gaf de stad een groot aanzien. Met name de witte wijnen van Chateau de Monbazillac waren beroemd. Tevens de Franse hoofdstad van de tabak. Natuurlijk is de stad ook bekend door het toneelstuk van Edmond Rostand (1897) over Cyrano de Bergerac(1620-1655). Een Parijzenaar die zich de titel van Heer van Bergerac toe-eigende. Rond 14 juli wordt er jaarlijks de Table de Cyrano georganiseerd, het feest gewijd aan alle heerlijkheden uit de Perigord en rond 15 augustus het feest van Roxane, en u begrijpt wel dat dit ook uitsluitend om heerlijk eten gaat. Bekend als halteplaats voor de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Het bijzondere is, dat in tegenstelling tot de meeste grote steden, Bergerac geen imponerende kerk of kasteel heeft. Toch is Bergerac absoluut de moeite waard om te bezoeken. Het is een vrolijke stad met veel bloemen, mooie winkels gevestigd in oude panden en historische kunstcentra. De oude straatjes geven een gevoel van rondlopen in een openluchtmuseum.

Périgueux, de hoofdstad van de Périgord, is al 2000 jaar oud. Het oorspronkelijke Gallo-Romeinse stadje Vésunna ligt pal naast de middeleeuwse en de renaissancisitische wijk. Er staan 39 beschermde monumenten in dit deel van Frankrijk dat sindsdien nauwelijks is veranderd.
In 2003 werd in Périgueux een museum geopend, ontworpen door de architect Jean Nouvel, dat gewijd is aan het Gallo-Romeinse Vesunna; hier bewondert u de restanten van een grote versierde Gallo-Romeinse villa, de
’Domus van Vésonne’. Het gebied rond de kathedraal Saint-Front staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het is een prachtig bewaarde Gallo-Romeinse wijk. Het is hier druk tijdens de markten op woensdag- en zaterdagochtend; vooral ’s winters, wanneer er volop foie gras wordt verhandeld.

De bastides of ’nieuwe steden’ zijn vestingstadjes die in de middeleeuwen werden gebouwd om de plattelandsbevolking aan te moedigen zich in marktplaatsen te vestigen. Ze werden gebouwd aan beide oevers van de rivier de Dordogne en speelden een strategische rol tijdens de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Een perfect voorbeeld is Monpazier, de best bewaarde bastide in de Périgord. Edward I, Koning van Engeland en Hertog van Aquitanië, stichtte Monpazier en liet deze bastide bouwen in 1284 om zijn positie in de Périgord te versterken. Monpazier heeft zijn middeleeuwse karakter behouden: een centraal plein omzoomd door arcades, kaarsrechte straten en borstweringen.
De door de Fransen gebouwde bastide Villefranche-du-Périgord is nog ouder en was een halte op de weg naar het departement Lot-et-Garonne in het zuiden. De overdekte markt wordt iedere herfst nog gebruikt voor de verkoop van eekhoorntjesbrood.
Beaumont-du-Périgord werd door de Engelsen in de vorm van een ’H’gebouwd, ter nagedachtenis aan Henry III (de vader van Edward I). Al deze pittoreske bastides zijn fascinerend om te bezoeken, zowel de Engelse, bijvoorbeeld FonroqueBeaumont-du-Périgord en Lalinde, als de Franse, waaronder Domme, Molières , en Eymet.